Fietsen in het spoor van de bisschop

De bisschoppen van Utrecht bezaten eeuwenlang grote delen van Twente. Om het een beetje overzichtelijk te houden verdeelden ze hun gebied in hoven en lieten die beheren door een hofmeier.  

Zes hoven hadden ze Twente, in Ootmarsum, Oldenzaal, Goor, Delden, Weddehoen en Borne. 

De omvangrijkste was die van Ootmarsum. Maar liefst 92 boerderijen omvatte die, waarvan 53 in Twente en 39 in de Graalschap Bentheim. 

Het Openlucht museum Ootmarsum heeft uitgezocht wat er in de huidige tijd nog van dat immense bezit over is. 

Plezierig hulpmiddel vormde een uit 1384 daterende oude akte van de toenmalige rentmeester van het hof, waarin alle landerijen opgesomd zijn. 

Restanten van een kleine vijftig stuks konden de historische speurneuzen achterhalen en lokaliseren. Genoeg om een project aan op te hangen.

'Heeren en Boeren' heet het en in het kader daarvan zijn rond 37 van de achterhaalde landerijen vier fietsroutes en twee wandeltochten uitgezet. 

Wie de moeite neemt kan met de routes in de hand of op het stuur even in de voetsporen treden van de vroegere bisschoppen. 

De wandelroutes zijn 8,8 en 12 kilometer lang, de fietsroutes overbruggen een afstand van tussen de veertig en vijftig kilometer. 

Drie van deze laatste blijven in Twente, de vierde gaat de grens over naar de Graafschap Bentheim. 

De boerderijen die in de route zijn opgenomen zijn te herkennen aan op stenen sokkels geplaatste informatiebordjes.

Ootmarsum

 

 

 

De Hof van Ootmarsum

De naam van het erf staat erop, maar ook wat de toerist bij de betreffende boerderij kan en mag. 

Want de routemakers hebben in overleg met de huidige bewoners de hoeven verdeeld in drie categorieën.

Bij de eerste categorie mogen de fietsers alleen vanaf de weg naar de boerderij kijken. 

Bij de tweede categorie is het toegestaan het erf op te rijden of te lopen. 

Bij de derde categorie gaat de gastvrijheid verder en is het mogelijk even binnen te lopen. 

De fietstochten zijn verdeeld in een Noord-,West-,Oost-enZuid-route.

Het noordelijke tracé is 38 kilometer lang, ligt geheel in Duitsland en voert langs elf hofhorige boerderijen in plaatsen als Uelsen, Halle, Getelo en Itterbeck. 

De west-route meet 46 kilometer en gaat naar Tubbergen, Fleringen, Albergenen Geesteren waar elf boerderijen te zien zijn. 

De oostelijke tocht brengt de fietsers over 42 kilometer naar Agelo, Reutum, Lemselo, NoordDeurningen en Tilligte, met acht boerderij en die ooit bij de Ootmarsumse hof hoorden.

De zuidelijke route ligt het verst van Ootmarsum en bezoekt de zeven boerderijen die de Hof bezat in de streek die zich uitstrekt van Enschede tot voorbij Delden, langs de buurtschappen Twekkelo, Bentelo, Deldenerbroeken en Azelo. 

De beide wandelroutes blijven in de buurt van Ootmarsum zelf. 

De kortste van 8,8 kilometer voert over de Kuiperberg en langs twee oude hofboerderijen. 

De andere, van 12 kilometer, volgt de zg. kuierroute en is vooral bedoeld de wandelaar een indruk te geven van de landschappelijk fraaie, heuvelachtige omgeving van het stadje. 

Het complete routepakket, met de vier fietsroutes en beide wandeltochten, is te koop bij het Openluchtmuseum en de VVV's van NoordOost-Twente. 

In de schaapskooi van het openluchtmuseum is speciaal voor het 'Heeren en Boeren'-project een info-centrum ingericht met vele wetenswaardigheden over het hof en het ontstaan van landbouw en landschap in deze streek.

Startpagina van Luitsz